Logo-VanGompel-Advocaten-Advocatenkantoor-Hasselt-Mexcio

De bewijslast-regels: de puntjes op de i.

De principes

De regels inzake bewijslast zijn van groot (en vaak onderkend) belang in het kader van een procedure. De uitganspunten zijn nochtans erg evident: de eisende partij dient haar vordering te onderbouwen; de verwerende partij dient haar verweer te staven.

Deze principes worden kernachtig en correct samengevat in artikel 870 Ger. W.:

“Iedere partij moet het bewijs leveren van de feiten die zij aanvoert.”

Toepassing

In een recent geschil, waarin het kantoor betrokken was als raadsman van de verwerende partijen, werden deze principes adequaat verwoord door de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen, afdeling Tongeren. In een vonnis van 20 november 2015 stelde de rechtbank o.m.:

“De rechtbank stelt met verweersters vast dat er veel wordt beweerd, zonder enig effectief en concreet bewijs.

Evenwel vormen loutere beweringen van een partij geen nuttig bewijs (Cass., 17 april 1989, Arr.Cass., 1988-1989, 947; Cass., 25 oktober 1979, Arr.Cass., 1979-1980, 261 en Cass., 18 april 2008, www.cass.be, waarin door het Hof van Cassatie werd beslist dat niet-betwiste beweringen door de eisende partij niet per se dienden te worden bewezen).

In toepassing van art. 1315 B.W. (en art. 807 Ger.W.) heeft de eisende partij immers de exclusieve bewijslast van hetgeen door haar wordt gesteld.

Hierbij besliste het Hof van Cassatie bovendien dat, in geval van onzekerheid of twijfel in de bewijsvoering, dit speelde tegen diegene die de bewijslast draagt (Cass., AR C. 04.04441.N, 20 maart 2006, www.cass.be).

Hierbij kan er reeds van meet af aan worden vastgesteld dat X en Y geenszins op diligente en zorgvuldige wijze zijn omgegaan met de op hen rustende bewijslast …”

In die omstandigheden ging de rechtbank ook niet in op het verzoek van de eisende partijen tot aanstelling van een gerechtsdeskundige om bepaalde door hen voorgehouden feiten te bewijzen. De rechtbank stelde eenduidig dat de aanstelling van een gerechtsdeskundige niet kan dienen voor een zogenaamde “fishing expedition”:

“De aanstelling van een gerechtsdeskundige is op grond van de voorgelegde stukken niet aan de orde. De bewijslast blijft rusten op een partij die iets beweert (art. 870 Ger. W.) en eiseres faalt in deze bewijslast.

Een gerechtelijke expertise kan niet dienen als vangnet om een in haar bewijslast in gebreke blijvende partij toe te laten bewijzen te verzamelen (cf. Antwerpen, 9 december 2009, Limb.Rechtsl., 2010, 112 (115): “In elk geval dient de onderzoeksmaatregel van het deskundigenonderzoek met de nodige terughoudendheid te worden bevolen, en dient deze maatregel niet om het in gebreke blijven van een partij bij het verzamelen van bewijzen op te vangen.”; cf. eveneens: B. ALLEMEERSCH, Taakverdeling in het burgerlijk proces, Intersentia, 2007, 426: “Partijen moeten zelf de nodige inspanningen leveren om de bewijsvoering te bespoedigen en indien blijkt dat zij daarin schromelijk zijn tekortgeschoten, is het niet aan de rechtbank om deze tekortkoming zomaar op te vangen.”).

De vraag naar de aanstelling van een deskundige mag derhalve geen ‘fishing’ operatie worden (‘visvangst naar vermeend bewijs worden’). De beoordeling van de bewijslast komt de rechtbank toe.”

Besluit en aandachtspunt

De regels inzake de bewijslast(verdeling) zijn van groot belang in een procedure.

Als procespartij is het van primordiaal belang hieraan de nodige aandacht te besteden. Bewijs ik als eisende partij op afdoende wijze mijn aanspraken ? Ben ik als verwerende partij in staat de zwakheden in de bewijsvoering van de eisende partij bloot te leggen ? Slaag ik er als verwerende partij in om het gevoerde verweer aan de rechtbank op een onderbouwde manier voor te leggen ?

Indien de rechtbank ervan kan worden overtuigd dat tegenpartij niet voldoet aan haar bewijslast, is haar vordering/verweer in elk geval ongegrond. Het belang van de concrete opbouw van de aan de rechtbank te overhandigen stukken kan dan ook moeilijk worden onderschat .

(Kh. Tongeren 20 november 2015, A/13/02000 en A/13/02003, onuitgegeven. Er is wel aangekondigd dat het vonnis het voorwerp zal uitmaken van hoger beroep.)

Hans Van Gompel

Januari 2016

Meer nieuws

vangompel-advocaten-Laura-Van Renen-Liezel-Steyfkens

In juni hebben Laura van Renen en Liezl Steyfkens van ons kantoor hun master in de rechten behaald aan …

vangompel-advocaten-summer-intern-2022

In juli ontving ons kantoor Silke, Sahar en Stéphanie als zomerstagiairs. Zij delen hun ervaring in deze video.

vangompel-advocaten-3

In geval van tegenstrijdige of verschillende algemene voorwaarden, rijst er discussie over welke bepalingen nu precies voorgaan. Nieuw artikel …

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief